Vanaf de 17e eeuw stonden er op de Veluwe zo’n 200 watermolens. Ze maakten gebruik van het stromende water uit beken en speciaal gegraven sprengen. Dat water was de motor achter alles wat hier gebeurde.
Er waren twee belangrijke typen waterraderen, elk met een eigen manier van werken.
Het bovenslagwaterrad. Bij dit type stroomt het water van bovenaf het rad op. Dankzij het hoogteverschil krijgt het water extra kracht mee, waardoor het rad efficiënt draait. Zelfs met relatief weinig water kan zo toch veel energie worden opgewekt.
De Watermolen van Rakhorst werkt met zo’n bovenslagwaterrad — en dat is precies wat deze plek zo bijzonder maakt.

Afbeelding: Het bovenslagwaterrad bij de Watermolen van Rakhorst
Het onderslagwaterrad werd van onderaf aangedreven door stromend water. Dit type had minder hoogteverschil nodig om te kunnen draaien. Daar stond tegenover dat het minder efficiënt was en sterk afhankelijk van een grote en constante wateraanvoer. Op de Veluwe werd dit type dan ook slechts incidenteel toegepast, bijvoorbeeld langs de Grift bij Wapenveld en bij Voorst.

Afbeelding: Het onderslagwaterrad
De watermolens op de Veluwe hadden allemaal hun eigen functie en betekenis. De eerste molens die hier verschenen, waren korenmolens. Zij maalden graan tot meel — onmisbaar voor het dagelijks brood van de lokale bevolking.
Later kwamen er ook papiermolens, waar oude lompen werden verwerkt tot papier. Daarmee ontstond op de Veluwe een bloeiende papierindustrie. Daarnaast waren er oliemolens, die olie persten uit zaden, en volmolens, waar textiel werd bewerkt en versterkt.

Afbeelding: De oliemolen van Eerbeek
Vooral de papiermolens, en later ook de kopermolens, maakten de Veluwe tot een belangrijk vroeg-industrieel gebied. In de 18e en vroege 19e eeuw stonden hier naar schatting zo’n tweehonderd watermolens, verspreid langs vrijwel alle beken. Overal waar water stroomde, werd het benut.
Met de komst van stoomkracht en later elektriciteit veranderde dat beeld ingrijpend. Veel molens verloren hun economische functie. Sommige werden omgevormd tot wasserijen, andere kwamen stil te liggen of verdwenen helemaal.
Vandaag de dag zijn er nog slechts een tiental watermolens over. De meeste daarvan zijn gerestaureerd en soms zelfs nog in bedrijf. Maar ook op plekken waar de molen zelf verdwenen is, leeft de geschiedenis vaak voort. De aanwezige waterkracht en infrastructuur maakten deze locaties geschikt voor nieuwe bedrijvigheid, zoals wasserijen en fabrieken.
In de loop van de tijd kregen veel van deze plekken opnieuw een andere invulling. Tegenwoordig vind je hier woningen, musea, trainingslocaties of natuurgebieden — plekken waar het verleden nog altijd voelbaar is.