Sprengen en sprengkoppen

Omdat mensen het water ook goed konden gebruiken om watermolens aan te drijven, of voor visvijvers, voor kasteelgrachten en voor wasserijen, werden er sprengen gegraven. Een spreng is een door mensen gegraven beek. Om voldoende water te krijgen, groef men meerdere sprengkoppen per spreng.

Op een plek waar het grondwater hoog zat, groef men een trechtervormig gat tot aan het grondwater, waardoor onder druk staand kwelwater aan de oppervlakte komt. Zo’n gat heet een sprengkop.

De Noordelijke Horsthoekerbeek

Afbeelding: De Noordelijke Horsthoekerbeek

De Noordelijke Horsthoekerbeek heeft negen sprengkoppen en het water wordt bovendien aangevuld door een derde beek. Er zijn drie Horsthoekerbeken: de Noordelijke, de Middelste en de Zuidelijke. Deze beken zijn halverwege de 17e eeuw gegraven.

De drie Horsthoekerbeken met de watermolens

Afbeelding: De drie Horsthoekerbeken met de watermolens

De Noordelijke beek (tegenwoordig de Griftse beek genoemd) heeft twee papiermolens aangedreven: de bovenste molen, die later is omgebouwd tot wasserij, en de onderste molen. De onderste molen heette Watermolen De Hoop en staat tegenwoordig bekend als de Watermolen van Rakhorst.