De wijerd was het kloppend hart van de watermolen. Het is een kunstmatig aangelegde vijver waarin water werd verzameld voordat het naar het waterrad stroomde.

Afbeelding: luchtfoto Watermolen van Rakhorst met links de wijerd
Door water op te slaan kon de molenaar zelf bepalen wanneer de molen draaide. Stond de molen stil, dan liep de wijerd langzaam vol. Zodra er gemalen moest worden, liet de molenaar het water gecontroleerd los. Daardoor ontstond een krachtige, constante stroom — precies wat nodig was om het waterrad efficiënt aan te drijven.
Vooral bij koren- en kopermolens was dit essentieel. Deze molens vroegen veel energie, en zonder voldoende waterdruk kon er simpelweg niet gewerkt worden. Dankzij de wijerd kon de molenaar piekmomenten creëren: minder draaien, maar wél met maximale kracht.
Maar de wijerd had meer functies dan alleen het aandrijven van de molen.
Het water werd vaak ook gebruikt als visvijver, als voorraad voor het besproeien van akkers en soms zelfs voor het wassen of andere ambachtelijke toepassingen.

Afbeelding: de wijerd en Watermolen van Rakhorst voor 1927.(Eind 19e eeuw)
Zo was de wijerd niet alleen een technisch onderdeel van de molen, maar ook een onmisbare schakel in het dagelijks leven rondom de Veluwse beken.